In de notitie 'Basisondersteuning in SWV Twente Noordis de basisondersteuning uitvoerig beschreven. Dit is de ondersteuning, die iedere basisschool biedt mede via ondersteuning aangeboden door de afdeling of het SWV. Bij de notitie is het referentiekader van de PO-raad en het inspectiekader leidend geweest. Ook zijn de uitgangspunten van HGW en de benodigde ondersteuningsstructuur die daarbij past een belangrijk gegeven geweest voor de uitwerking.

Het ‘Implementatieplan HGW’ is een belangrijk uitvoeringsdocument voor de afdelingen en scholen om de basisondersteuning verder vorm te geven. In dit plan is ook de verdeling van verantwoordelijkheden vastgelegd.

Hieronder een samenvatting van de notitie basisondersteuning:

Standaarden basiszorg inspectie:

  • De scholen doen leerlingen een ambitieus aanbod. Zij stemmen af op de onderwijsbehoeften van alle leerlingen en volgen en analyseren de ontwikkelingen. De zorgstructuur binnen de school garandeert dat haperingen in de ontwikkeling van leerlingen op tijd wordt gesignaleerd. Leerlingen met een aangepaste leerlijn hebben een aangepast ontwikkelperspectief. 
  • Standaarden basiszorg Passend Onderwijs
    De school heeft een visie op Passend Onderwijs. Deze visie wordt door het team gedragen. Leerkrachten zijn ambitieus t.a.v. leerlingen met een speciale onderwijsbehoefte. De school biedt een veilig pedagogisch klimaat en besteedt aandacht aan de sociaal emotionele ontwikkeling. De rolverdeling tussen IB-er en leerkracht is duidelijk: de IB’er coacht de leerkracht, de leerkracht begeleidt en coacht leerlingen. De basisschool heeft contact met de voorschoolse educatie en het voortgezet onderwijs en organiseert een warme overdracht van leerlingen.

Uitgangspunten HGW

Op 3 niveaus in de organisatie, de klas, de school en de afdelingen en SWV wordt het concept van HGW toegepast. Dit concept is gebaseerd op 7 uitgangspunten:

  • Doelgericht en planmatig werken.
    We verzamelen en analyseren alleen die gegevens die we nodig hebben om ons handelen te kunnen bepalen. Doelen geven daarbij richting; waar willen we naartoe en wat hebben we daarvoor nodig?
    Op basis van feitelijke gegevens en feedback van de betrokkenen wordt geëvalueerd in hoeverre de doelen bereikt zijn en wat daartoe bijgedragen heeft. Deze informatie wordt benut om de werkwijze doeltreffender te maken. Handelingsadviezen krijgen een planmatig HGWaardig vervolg.

  • De werkwijze is systematisch, in stappen en transparant.
    Het is voor de betrokkenen duidelijk hoe het traject en het ondersteuningsarrangement tot stand komt; wie wat doet, waarom, wanneer en hoe. Formulieren en checklists werken ondersteunend. Er wordt gewerkt aan een veilige, constructieve sfeer, zodat alle betrokkenen open kunnen en durven zijn over hun manier van handelen, over hun ideeën, (on)mogelijkheden en motieven.

  • De onderwijs- en opvoedingsbehoeften van kinderen staan centraal.
    We richten ons niet op wat er mis is met het kind, maar wat het nodig heeft om zich optimaal te ontwikkelen, uitdagingen aan te gaan en moeilijkheden te overwinnen. Wat nodig is wordt bepaald door wat in de school en het gezin mogelijk is om te kunnen handelen en niet door feitelijke classificerende diagnostiek.

  • Het gaat om de wisselwerking en afstemming tussen het kind, opvoeding en onderwijs.
    We kijken naar de interactie en afstemming tussen kind, groepsgenoten, leerkracht, ouders. Wat werkt al in de goede richting en kan uitgebouwd worden? Wat willen we veranderen en hoe pakken we dat aan? Deze vragen kunnen alleen beantwoord worden MET de ouders en MET de school in DEZE situatie waarin het kind opgroeit en naar school gaat. Dit heeft consequenties voor de wijze waarop gewerkt wordt. Het zwaartepunt komt niet te liggen in het vooraf bepalen wat nodig is, maar in het ontwerpen van een kansrijk traject door school en ouders in samenwerking met externe professionals.

  • Ouders en leerkrachten doen ertoe.
    Ouders en leerkrachten worden als ervaringsdeskundigen en partners gezien. We gaan uit van de opgroeikracht van kinderen, de opvoedkracht van ouders en de ‘leer’kracht van leerkrachten, zodat deze verstevigd en ontwikkeld worden. Hun vragen, ervaringen, opvattingen en ideeën worden serieus genomen. Met andere woorden: het zijn de leerkrachten en ouders die het doen. Wat kunnen zij zelf? Wat hebben zij aanvullend nog nodig, wat zijn hun ondersteuningsbehoeften?

  • Positieve aspecten van kind, opvoeding en onderwijs worden gezocht, benoemd en benut.
    We richten ons op wat wel lukt en waardoor het wel zou kunnen slagen. We denken, praten en werken in mogelijkheden en oplossingen voor onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van leerlingen i.p.v. onmogelijkheden en problemen hierbij benoemen.

  • Samenwerking tussen leerkrachten, kinderen, ouders, interne en externe begeleiders is noodzakelijk om een effectieve aanpak te realiseren.
    We zien elkaar als partners en benutten de expertise en ervaringsdeskundigheid van elkaar vanuit de gedachte ‘één kind, één plan!’ Dit vergt constructieve communicatie tussen alle betrokkenen met zo min mogelijk bureaucratie.

Standaarden handelingsgericht werken voor de leraar
Binnen het schoolteam is sprake van een gedragen en uitgewerkte visie op Passend Onderwijs. Leerkrachten benoemen en benutten de positieve aspecten van kind, opvoeding en onderwijs om een stagnerend ontwikkelingsproces een nieuwe impuls te geven. Zij werken samen met ouders en ondersteuners van de leerling. Hierbij wordt gedacht in kansen en mogelijkheden. Leerkrachten werken planmatig vanuit de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van leerlingen. Binnen het team staat men open voor reflectie en wordt aan voortdurende verbetering gewerkt van de kennis en vaardigheden, die nodig zijn om Passend Onderwijs uit te werken.

Planmatig werken op schoolniveau
Op schoolniveau zijn regelmatige groeps- en leerlingbesprekingen gepland. Er wordt gewerkt met groepsplannen, waarin ruimte is in het omgaan met verschillen. Leerlingen met speciale onderwijsbehoeften hebben bij een aangepaste leerlijn een aangepast ontwikkelperspectief, dat met ouders is besproken.
Leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften worden gevolgd via een groeidocument.

Zorgstructuur op school
Het Schoolondersteuningsteam kan snelle hulp organiseren. De IB’er coacht een team dat streeft naar voldoende competenties om leerlingen met speciale onderwijsbehoeften te begeleiden. Het SOT kan de expertise van een orthopedagoog, schoolmaatschappelijk werker of trajectbegeleider inroepen.
Dit gehele proces wordt door de schooldirecteur ondersteund, gefaciliteerd en bewaakt.

Ondersteuning vanuit het SWV
Het SWV organiseert een Expertise & Dienstenteam. Dit team ondersteunt scholen met de begeleiding van leerlingen met complexe ondersteuningsvragen (zware ondersteuning). 
Het SWV draagt zorg voor een dekkend aanbod binnen de regio, waardoor leerlingen met complexe ondersteuningsvragen ook buiten de reguliere basisschool een passend onderwijs kunnen krijgen.
De begeleiding van het SOT via trajectbegeleiders kan ingezet worden als scholen het uitzicht op een passend aanbod binnen de eigen school niet kunnen organiseren. De trajectbegeleider kan nieuw zicht bieden op de speciale ondersteuningsvragen of een traject in gang zetten naar een passender onderwijsvoorziening voor de leerling.

Ondersteuningsmogelijkheden van de school
De school heeft een structuur en instrumenten om leer- en opvoedproblemen vroegtijdig te onderkennen. Ook is er een aanbod voor leerlingen met dyslexie en dyscalculie. Leerlingen met meer of minder begaafdheid krijgen een aangepast aanbod.
De school werkt gericht aan een pedagogisch klimaat, dat gekenmerkt is door sociale veiligheid en het voorkomen van gedragsproblemen.
In principe vangt de school leerlingen op met enkelvoudige problemen op het gebied van

  • leer- en ontwikkelingskenmerken
  • sociale- en emotionele problemen
  • gedragsmatige kenmerken
  • werkhouding
  • een problematische thuissituatie. De afdeling of het SWV kan extra ondersteuning bieden. Samenwerking met externe instanties wordt tijdig benut.

Grenzen van de ondersteuning
De school kan grenzen aangeven bij de ondersteuningsmogelijkheden. Deze grenzen kunnen er zijn vanwege de complexiteit van de problematiek en de mate van zelfredzaamheid van de leerling. De veiligheid van de leerling of medeleerlingen kan in het geding zijn, waardoor een reguliere schoolplaatsing niet mogelijk is.
De mate van fysieke en/of medische verzorging kan voor de school organisatorisch of vanuit verantwoordelijkheids-oogpunt problemen geven. Ook kan sprake zijn van aanpassingen aan het gebouw, die door de school (op korte termijn) niet zijn te organiseren.
Bij een plaatsing van een leerling met extra ondersteuningsbehoeften zal de kwaliteit en kwantiteit van het te geven onderwijs steeds gewogen worden.